1. Grondslag afschrijvingen.
Tot 2007 werden afschrijvingen berekend over de aanschafwaarde -/- restwaarde -/- h.i.r .
Met ingang van 2007 kunt u ervoor kiezen om afschrijvingen te laten berekenen over de aanschafwaarde -/- h.i.r.
waardoor er op activa met een restwaarde iets sneller wordt afgeschreven. Afschrijvingen worden berekend tot de restwaarde bereikt
is, indien er geen restwaarde ingevoerd is dan is de restwaarde gelijk aan 0.
In Activa Manager plus kunt u per activastaat kiezen over welke grondslag er wordt afgeschreven.
In commerciële activastaten wordt een eventuele H.I.R. buiten beschouwing gelaten.
Terug
2. Herinvesteringsreserve (H.I.R.).
Wanneer u met de verkoop van een bedrijfsmiddel een boekwinst behaalt, kunt u belastingheffing
uitstellen door de verkoopwinst toe te voegen aan een herinvesteringsreserve. Daarvoor is het nodig dat op de balansdatum een
voornemen tot herinvesteren bestaat. De afboeking van de herinvesteringsreserve kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig
bedrijfsmiddel. Zo kunt u de herinvesteringsreserve die is ontstaan uit een boekwinst op bijvoorbeeld een auto in mindering brengen
op de aanschafwaarde van een computer. Hierop geldt een uitzondering. Indien u een herinvesteringsreserve wilt afboeken op een
bedrijfsmiddel dat niet of in langer dan 10 jaar wordt afgeschreven, zoals bijvoorbeeld een pand. In dat geval geldt namelijk
de aanvullende voorwaarde dat sprake moet zijn van het in economische zin vervullen van dezelfde functie.
Bij de benutting van de herinvesteringsreserve moet rekening gehouden worden met de minimum-boekwaarde-eis.
Dit houdt in dat de boekwaarde van het geïnvesteerde bedrijfsmiddel (of de som van de boekwaarde) na afboeking
van de herinvesteringsreserve niet lager mag zijn dan de boekwaarde van het oude (verkochte) bedrijfsmiddel.
De herinvesteringsreserve kan worden benut in het jaar van verkoop van het bedrijfsmiddel en in de drie jaren daarop volgende jaren.
Heeft u bijvoorbeeld een herinvesteringsreserve gevormd in 2005, dan moet u die reserve uiterlijk 2008 afboeken op nieuwe
investeringen. Doet u dat niet, dan valt de herinvesteringsreserve vrij ten gunste van de winst. Controleer daarom of u voor
31 december 2008 nog moet investeren om belastingheffing over de herinvesteringsreserve te voorkomen. In geval van bijzondere
omstandigheden kan de herinvesteringstermijn in bepaalde gevallen worden verlengd. Uw belastingadviseur kan u hierover informeren.
Bron: Fiscaal up to Date
Terug
3. Willekeurige afschrijvingen 2009 en 2010.
Onderstaande regeling is verlengd en geldt ook voor investeringen in 2010.
Bepaalde investeringen, gedaan in 2009 mogen in 2 jaar worden afgeschreven, 50% in 2009 en 50% in 2010.
Uitgesloten van deze regeling zijn gebouwen, immateriële activa en personenauto's.
Verder zijn uitgesloten bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor ter beschikking stelling aan derden.
Als derden worden ook aangemerkt dochtermaatschappijen buiten de fiscale eenheid. Investeringen gedaan door een moedermaatschappij
die verhuurd worden aan een dochter maatschappij komen dus niet voor deze regeling in aanmerking.
Hierop mag u niet willekeurig afschrijven:
-
Gebouwen
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Dieren
Immateriële activa (waaronder softtware)
Bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor ter beschikking stelling aan derden
Bromfietsen, motorrijwielen en personenautos (maar zuinige mogen wel, zie uitzondering).
Willekeurige afschrijving is mogelijk zodra in 2009 een investeringsverplichting is aangegaan of voortbrengingskosten zijn
gemaakt. Het bedrijfsmiddel moet vóór 1 januari 2012 in gebruik zijn genomen.
Willekeurige afschrijvingen voor kortstondig verhuurde bedrijfsmiddelen
De mogelijkheid om bedrijfsmiddelen waarin in 2009 is geïnvesteerd in twee jaar af te schrijven geldt in beginsel niet
voor bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om -direct of indirect- hoofdzakelijk ter beschikking te stellen aan derden.
Hierop wordt, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009, een uitzondering gemaakt voor bedrijfsmiddelen die
bestemd zijn om telkens voor korte duur te worden verhuurd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan aanhangwagens, hoogwerkers en speciaal
gereedschap. Op deze bedrijfsmiddelen die steeds tijdelijk worden verhuurd mag, mits ook aan de overige voorwaarden voldaan,
willekeurig worden afgeschreven.
Uitzondering
Op taxi's en zeer zuinige personenauto's mag u wel willekeurig afschrijven. Een personenauto
geldt als zeer zuinig als de CO2-uitstoot niet meer bedraagt dan 95 gram per kilometer bij dieselmotoren,
of niet meer dan 110 gram per kilometer bij andere personenauto's.
Terug
4. Startende ondernemers.
Startende ondernemers kunnen over hun investeringen tot een maximum van 236.000 willekeurig afschrijven.
De beperkte afschrijvingsmogelijkheden gelden daardoor in feite niet voor de startende ondernemer. Als de startende
ondernemer dat wenst, kan hij in één keer tot op de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan in één keer tot op de
bodemwaarde worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in eigen gebruik zal overeenkomen met 50% van de WOZ-waarde.
Als door de forse afschrijving een verlies ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 3 in de vorige
drie jaren. Ook kan het zijn dat door een optimale willekeurige afschrijving recht ontstaat op een middelingsteruggave.
De willekeurige afschrijving kan onder voorwaarden in de volgende gevallen worden toegepast:
U drijft een IB-onderneming: bijvoorbeeld een eenmanszaak, vennootschap onder firma of maatschap. Kijk
hier
voor het actuele maximum.
Terug
5. Afschrijvingsbeperking per 1-1-2007.
Voorbeeld afschrijvingsbeperking onroerend goed (verhuurd pand)
| activum | datum inv | investering | afs-perc | boekwaarde 1-1-2007 | norm afschrijving |
| gebouw | 1-7-2003 | 733.525 | 4% | 630.700 | 25.228 |
| ondergrond | 1-7-2003 | 62.500 | 0% | 62.500 | 0 |
| parkeerplaats | 29-6-2004 | 10.500 | 12.5% | 7209 | 902 |
| 700.409 | 26.130 | ||||
| woz toetsing | 705.000 | beperking | |||
| afs - ruimte | 4.591 | 21.539 |
Een investering van 21.000,- in bv een verbouwing, zou in een jaar afgeschreven kunnen worden.
Terug
6. Overgangsrecht.
Voor de afschrijving op gebouwen geldt een vergaande beperking.
De boekwaarden van het gebouw, de onderdelen daarvan, de daarbij behorende ondergrond en de
aanhorigheden mogen tezamen niet lager uitkomen dan de zogenaamde bodemwaarde. Die bodemwaarde bedraagt in de regel
50% van de WOZ-waarde.
Eén uitzondering: de bodemwaarde is gelijk aan de WOZ-waarde wanneer het gebouw bestemd is om direct of indirect voor 70% of
meer ter beschikking te worden gesteld aan een derde.(verhuur)
Afschrijvingsbeperking goodwill en overige bedrijfsmiddelen
Op gekochte goodwill mag u voortaan maximaal 10% en op overige bedrijfsmiddelen maximaal 20% per jaar afschrijven.
Voor bedrijfsmiddelen die u al hebt aangeschaft vóór 1 januari 2007, maar waarop u nog niet geheel hebt afgeschreven,
geldt een overgangsregeling. (regeling is ingebouwd in Activa Manager plus)
Overgangsrecht voor gebouwen
Volgens het geldende overgangsrecht mag in totaal nog maximaal 3 jaar volgens de huidige regels worden afgeschreven voor
panden waarop op het moment van inwerkingtreden van het wetsvoorstel niet langer dan 3 jaar is afgeschreven. Dat betekent
dat voor panden waarop voor het eerst is afgeschreven in 2004, 2005 of 2006, nog mag worden afgeschreven naar oud recht
tot respectievelijk 2007, 2008 of 2009.Als de fiscale boekwaarde per 1 januari 2007 lager is dan de bodemwaarde (WOZ-waarde),
dan wordt niet teruggekomen op de afschrijvingen in het verleden.(regeling is ingebouwd in Activa Manager plus)
Overgangsrecht voor goodwill en overige bedrijfsmiddelen
De resterende afschrijving op goodwill en overige bedrijfsmiddelen wordt volgens de overgangsregeling naar evenredigheid verdeeld
over de nog resterende jaren volgens het nieuwe afschrijvingssysteem.
Voorbeeld:
op een goodwill die is aangeschaft in januari 2005 voor 100.000 is in twee jaar 40% afgeschreven.
De resterende afschrijving is 60.000. Deze wordt in de resterende 8 jaren afgeschreven, ofwel 7.500 per jaar.
Als tweede voorbeeld een afschrijving tot op restwaarde.
Een auto wordt aangeschaft in januari 2005 voor 39.000, waarop in 4 jaar wordt afgeschreven tot een restwaarde van
3.000. Op 1 januari 2007 heeft deze auto, bij een lineaire afschrijving van 9.000 per jaar, een boekwaarde van 21.000.
Uitwerking onder de overgangsregeling is als volgt.
Vóór 1 januari 2007 is reeds 2 jaar afgeschreven. Maximaal mag dan in de resterende drie jaren telkens eenderde van de
boekwaarde per 1 januari 2007 worden afgeschreven. De afschrijving in 2007 en 2008 is dan 7.000.
In 2009 resteert nog een afschrijving van 4.000, waarmee de restwaarde van 3.000 wordt bereikt.
(regeling is ingebouwd in Activa Manager plus)
Terug
7. Afschrijven?
Investeren is het aanschaffen van bedrijfsmiddelen die een levensduur hebben van meer dan één jaar en een aanzienlijke waarde
vertegenwoordigen. Door de belastingdienst wordt de grens voor de aanzienlijke waarde op minimaal 450 exclusief omzetbelasting
aangehouden.
Wel of geen investering?
Een uitgave onder de 450 is geen investering. De aanschaf van een printer van 349 moet daarom direct als kosten worden
geboekt. Over dit bedrag kan ook geen investeringsaftrek worden toegepast. Echter, als de printer samen met (of kort na) de aanschaf
van een computer van 1000 plaatsvindt, wordt het geheel wél gezien als investering, in dit geval ten bedrage van 1349.
Afschrijven
Investeringen worden niet in het jaar van aanschaf als kosten geboekt. De aanschafkosten worden verdeeld over de jaren van het
gebruik en telkens voor een gedeelte als kosten geboekt. Om de jaarlijkse afschrijving te bepalen moet u weten wat de aanschafkosten
zijn. Hoeveel jaar u het bedrijfsmiddel precies gaat gebruiken is niet zo belangrijk. De fiscus schrijft precies voor in hoeveel
jaar afgeschreven moet worden. Wel is de geschatte restwaarde van het bedrijfsmiddel nog van belang. Er zijn verschillende
afschrijvingsmethoden, maar meestal wordt de lineaire methode gebruikt. Daarbij schrijft u elk jaar een vast bedrag af, totdat
de restwaarde is bereikt.
Geen investering, dan ook niet afschrijven
Lang niet alle uitgaven boven de 450 zijn aan te merken als investering. Denk aan uitgaven voor huur, salariskosten, maar ook
de kosten voor scholing. Een cursus van 2.000 waar u jarenlang plezier van hoopt te hebben, wordt door de fiscus niet als
investering gezien en moet fiscaal direct worden afgeboekt. Investeringsaftrek is daarom niet mogelijk.
Regels voor afschrijven: Vaste Afschrijvingstermijnen
Op nieuwe investeringen gelden vaste afschrijvingstermijnen:
- Roerende goederen mogen worden afgeschreven in 5 jaar, dus met maximaal 20% van de aanschaffingswaarde.
- Onroerend goed dat in het bedrijf gebruikt wordt mag tot 50% van de WOZ-waarde worden afgeschreven.
- Onroerend goed ten behoeve van een belegging mag tot hoogstens 100% van de WOZ-waarde worden afgeschreven.
- Goodwill mag hoogstens in 10 jaar worden afgeschreven.
- Computers mogen dus niet meer in 3 jaar worden afgeschreven, zoals vaak de praktijk was, maar in 5 jaar.
Echter, als een computer na 3 jaar naar de sloop gaat, dan mag de resterende waarde (40%) direct als
kosten worden geboekt. De afschrijving die u in de eerste drie jaren feitelijk te weinig heeft geboekt, komt dan als kostenpost
in dat derde jaar terecht.
Willekeurige afschrijvingen
Startende ondernemers mogen van de regels voor afschrijvingen afwijken: wie recht heeft op de startersaftrek mag
willekeurige afschrijving toepassen. De aanschafkosten mogen dan volstrekt willekeurig als kosten worden geboekt.
Dat kan tot gevolg hebben dat een investering van bijvoorbeeld 5.000 in het eerste jaar van aanschaf geheel als kosten wordt
geboekt. Als u nog geen winst maakt waarover u inkomstenbelasting betaalt, zou het onverstandig zijn om uw investeringen direct
af te schrijven. In dat geval kunt u de afschrijvingskosten beter bewaren tot latere jaren waarin de winst hoger kan zijn.
Willekeurige afschrijving kan dus ook betekenen dat u het afschrijven uitstelt.
Bedrijfsmiddelen die minder dan 450 per stuk kosten
Zaken die u van uw privé-vermogen overbrengt naar het vermogen van uw onderneming. Deze regeling geldt alleen als u
voldoet aan de voorwaarden voor het zelfstandig ondernemerschap. Wie door de belastingdienst wordt beschouwd als genieter
van resultaat uit overige werkzaamheden kan de investeringsaftrek niet toepassen.
Terug
8. Milieu-investeringsaftrek (MIA)/Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).
De Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil)
zijn subsidies op milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen voor ondernemers.
MIA
De milieu-investeringsaftrek biedt u ook de mogelijkheid de fiscale winst te verlagen. U kunt tot 40 procent van het
investeringsbedrag in mindering brengen op de fiscale winst. Het percentage van de aftrek is afhankelijk van de milieueffecten
en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel.
Vamil
De Vamil biedt een liquiditeits- en rentevoordeel. Met de VAMIL kunt u een investering op een willekeurig moment afschrijven.
Door sneller afschrijven vermindert u de fiscale winst en betaalt u minder belasting in dat jaar. Dit biedt u een rente- en
liquiditeitsvoordeel.
Combinatie MIA en Vamil
De MIA en Vamil zijn 2 verschillende regelingen maar worden vaak gecombineerd. Beide regelingen maken gebruik van een gezamenlijke
lijst, de zogenaamde Milieulijst. Op deze lijst staan alle bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor MIA en/of Vamil. Ieder
jaar verschijnt een nieuwe Milieulijst. U kunt de milieulijst
hier
downloaden.
Terug
9. Verruiming regeling tijdelijke willekeurige afschrijving.
De regeling voor de tijdelijke willekeurige afschrijving (TWA) wordt verruimd. Minister De Jager van Financiën heeft dat samen met minister Van der Hoeven van Economische Zaken besloten. Door
de aanpassingen wordt het voor ondernemers makkelijker om de regeling optimaal te benutten, met als resultaat een groter liquiditeits- en rentevoordeel.
De tijdelijke willekeurige afschrijving werd begin 2009 ingevoerd, als één van de maatregelen om ondernemers door de crisis te helpen.
In de praktijk bleek het in sommige gevallen voor ondernemers lastig om aan alle voorwaarden te voldoen. Door verruiming van de regeling kunnen investeringen uit 2009 of 2010 volledig versneld worden afgeschreven.
In het investeringsjaar met een maximum van 50% en het restant – anders dan tot nu toe – in één of meer van de volgende jaren. De eis dat de ondernemer de investering (bijvoorbeeld een machine, auto
of computersysteem) vóór 1 januari 2012 respectievelijk 1 januari 2013 in gebruik neemt, blijft wel gehandhaafd.
De nieuwe TWA-regeling werkt terug tot en met 1 januari 2009. Op 1 januari 2011 vervalt de regeling weer.
Voorbeeld aanpassing TWA:
Een ondernemer gaat eind 2009 verplichtingen aan voor de aankoop van een machine. In 2010 wordt 60% betaald en in 2011 de overige 40%. Begin 2011 wordt de machine geleverd en in gebruik genomen.
- Onder de oude regeling kon de ondernemer alleen in 2010 50% willekeurig afschrijven. In 2009 was er geen willekeurige afschrijving mogelijk omdat de machine nog
niet werd gebruikt en er niet aan het betalingscriterium werd voldaan. En ook in 2011 kon er niet willekeurig worden afgeschreven, omdat willekeurige afschrijving
alleen mogelijk was in het investeringsjaar (2009) en het jaar daarna (2010).
- In de nieuwe situatie kan de ondernemer in 2010 60% willekeurig afschrijven, en de rest in het jaar of de jaren daarna.
Daarmee kan de ondernemer uit dit voorbeeld in de nieuwe situatie de willekeurige afschrijving volledig benutten. En daarmee komt de regeling beter tot zijn recht.
Terug